De eerste schooldag van pinguïn
De eerste schooldag van Pinguïn volgt een herkenbaar gegeven: een kind dat zich onzeker voelt in een nieuwe omgeving. Op school merkt Pinguïn dat al zijn klasgenoten verschillen van elkaar en sterke talenten hebben. Tijdens de pauze tonen verschillende vogels waar zij goed in zijn en vragen of pinguïn dat ook kan. De meeuw kan fantastisch vliegen, de nachtegaal zingt prachtig en de struisvogel kan ontzettend hard rennen. Dat maakt Pinguïn erg onzeker. Pas wanneer Eend hem vraagt of hij kan zwemmen, ontdekt hij aarzelend zijn eigen talent.
Het verhaal brengt een mooie boodschap: iedereen heeft unieke talenten en dat is helemaal oké. Het verhaal heeft aandacht voor het onzeker gevoel dat de kop opsteekt bij een nieuwe situatie. Toch mist de tekst wat diepgang en een zeker ritme dat zo kenmerkend is voor een goed prentenboek. Er is sprake van enkele herhalende elementen waarbij de verschillende vogels aan Pinguïn vragen of hij iets kan. De overgangen tussen de verschillende scènes voelen echter wat stroef aan. Zo gaat het verhaal vrij snel van het wakker worden naar de introductie van de klas, om vervolgens meteen door te springen naar de pauze. Wanneer Pinguïn heeft ontdekt wat hij goed kan, stopt het verhaal. Tijdens de pauze spreken twee roofvogels Pinguïn aan dat hij moet weten hoe hij een goede pestkop moet zijn. Het is fijn dat het thema pesten aan bod komt, maar dat voelt wat los van de rest van het verhaal en lijkt er eerder tussengevoegd.
De illustraties zijn aangenaam om naar te kijken. De emoties van Pinguïn worden goed weergegeven, wat een aanvulling is bij de tekst. De speelse typografie maakt het boek aantrekkelijk voor kleuters. Op het einde van het boek krijg je een stappenplan om zelf een talentenboekje te maken. Een leuke activiteit, maar niet per se een manier om talenten te ontdekken. Een andere, meer thematisch passende doe-opdracht zou beter op zijn plaats zijn.
Een fijn boek voor de eerste schooldag, maar geen essentiële titel om het thema uit te diepen.