De onvoorstelbare verdwijning van Vera Voorstel

Ooit leefden de mensen vreedzaam samen in een wereld die heel eenvoudig ‘het Voorportaal’ heette. Tot een taalstrijd de samenleving splijtte in het Voorland en het Achterland. In die originele, maar soms overdadige jeugdroman belandt hoofdpersoon Vera Voorstel —niet toevallig voorzien van een veelzeggende naam— onverwachts in het mysterieuze Achterland. Haar ontvoering vormt de start van een avontuurlijke zoektocht, maar ook van een boek dat even veel verbeeldingskracht vraagt van de lezer als het tentoonstelt.

De auteur toont zich duidelijk een liefhebber van taal. Het boek wemelt van woordspelingen, taalkundige grapjes en verzonnen begrippen. Zo ligt het ‘witte Puntmutsengebied’ als een besneeuwde bergketen in het Voorland, bevolkt door personages wiens namen allemaal het voorvoegsel ‘voor-’ dragen. In het Achterland wonen —hoe kan het ook anders?— de achterbaksen. In het begin zijn die taalvondsten geestig en creatief, maar gaandeweg worden ze wat vermoeiend en voelen ze geforceerd aan.

De kracht van de roman zit in de liefde voor taal en de beeldende beschrijvingen van sfeer en omgeving. Elke scène is rijk uitgewerkt; als lezer zie je het decor haast voor je. Maar diezelfde uitgebreide stijl zorgt ook voor traagheid. Het duurt lang eer de context duidelijk wordt, en de uiteindelijke plot mist de impact die je hoopt na zo’n lange aanloop. Daarbij vraagt het boek veel concentratie van zijn lezers —misschien wel iets te veel voor de jonge doelgroep.

Wat blijft hangen, is een verteller met een hoorbare passie, bijna alsof hij zijn verhaal live vertelt. En precies daarin ligt misschien de sleutel: dit boek zou als luisterverhaal weleens beter tot zijn recht kunnen komen. De woordgrappen en beelden krijgen dan meer ruimte om te landen, en het ritme van de taal kan tot leven komen zoals de auteur het vermoedelijk bedoeld heeft.

Een verhaal dat nieuwsgierigheid prikkelt, maar dat wellicht meer beklijft als auditieve belevenis dan als leeservaring.