De Schedel

Otilla, een dapper meisje op de vlucht, raakt verdwaald in een donker bos. Ze komt aan bij een groot huis en belt aan. Het huis wordt bewoond door een schedel maar ze is er welkom. Haar gastheer is zeer hoffelijk en toont haar het grote huis. Wanneer hij vraagt voor wie of wat zij op de vlucht is, kan zij niet antwoorden. Toch mag ze blijven. Op zijn beurt zegt hij tegen Otilla waar hij elke nacht heel bang voor is. Iets dat elke nacht langskomt en hem uit zijn slaap houdt. Otilla zoekt een oplossing en zal de snoodaard die hun rust komt verstoren proberen uit te schakelen, want ze is slim en sterk. 

In vijf korte hoofdstukjes met een keur aan prachtige tekeningen waar de donkere kleuren de geheimzinnigheid en de dreiging van het griezelige bos oproepen en daartussen een vluchtend kind is de toon van het sprookje gezet. Door ruimte te laten tussen de hoofdstukjes en het grote lettertype komt het geheel intrigerend over. Het verhaal noopt tot traag lezen omdat elk hoofdstukje apart een verhaal op zichzelf is en op die manier de spanning opgevoerd wordt, wat de vertelling een mysterieuze toets geeft. Vooral de de subtiele en mooie tekeningen geven een zeer warme sfeer, aan deze kleine uitgave, en brengt de personages heel dichtbij. Zelfs de schedel straalt leven uit. En zoals in de meeste sprookjes, loopt het verhaal goed af en leefden Otilla en de Schedel nog lang en gelukkig. 

De schrijver, Jon Klassen, vond dit sprookje ooit in een bibliotheek in Alaska. Hij was er zeer door ontroerd en jaren later heeft hij het vertaald en opnieuw neergeschreven. Het is in 2025 bekroond met de Zilveren Griffel.