Mijn hond Bob

Bob. Zo heet mijn hondje. Hij is heel lief en ook een beetje groot.

Het boek valt op door zijn vierkante formaat. Maar niet alleen daardoor. De cover is prachtig, en de illustratie loopt door op de achterkant. In de glanzende titel zit in het woord Bob een hartje verwerkt; grote liefde dus. Ook het grappige jongetje dat losjes de leiband vasthoudt, glanst tegen een groene achtergrond. Hetzelfde groen komt terug in de schutbladen.

Bij het titelblad vinden we al een mooie tekening van mensen op een terras, die ergens opgeschrikt naar kijken. In het begin krijgen we op het rechterblad een grote illustratie, op het linkerblad niet zoveel tekst en een kleine, grappige tekening. We maken stap voor stap kennis met de hond: prent 1 toont twee groene ogen, dan een poot en een hoge plasstraal, een wandelende parasol, de hond verstopt achter het gordijn en tenslotte een stukje staart.  Groen is wel een vreemde kleur voor een hond. Pas op de zesde prent krijgen we een krokodil te zien. Bob is helemaal geen hond, maar wel een maatje om leuke dingen mee te doen: wandelen in het bos, zwemmen, fietsen, mekaar helpen en samen bang zijn van de enge, dikke kat met kromme staart.  

De illustraties zijn prachtig en doorspekt met grapjes: afkeurende blikken van de dieren die de hond zien plassen, de hond brengt een parasol terug in plaats van stok, de bange postbode steekt heel voorzichtig de post in de brievenbus om er op de volgende bladzijde als de bliksem vandoor te gaan...

Het verhaal is eenvoudig en in duidelijke taal geschreven. Het is goed opgebouwd en uitgewerkt, tot op het achterste schutblad. Soms zit de tekst speels in de tekening verwerkt, zoals bij het bergaf fietsen. Het gaat over een mooie vriendschap tussen de jongen en zijn huisdier. En als je denkt, wat een raar beest. Dan heb je het lekker mis. Want iedereen mag een hondje zijn. Waf waf waf.

Stefan Boonen en Jan Van Lierde slaagden erin een grappig, hartverwarmend verhaal te brengen.