Blauw monster
In Blauw Monster vertelt Petr Horáček een herkenbaar en tegelijk heerlijk origineel verhaal over een gevoel dat elk kind kent: je vervelen en niemand vinden die met je wil spelen.
Blauw Monster vraagt vriendelijk aan Konijn om samen iets te doen. Maar Konijn is moe en heeft geen zin. Dat is niet wat Blauw Monster wil horen. In een impulsieve bui slokt hij Konijn gewoon op. Wanneer een tweede konijn hem daarop aanspreekt, weet het monster zich geen houding te geven. Beschaamd doet hij het enige wat hij op dat moment lijkt te kunnen; ook dat konijn verdwijnt in zijn grote blauwe buik. Wasbeer, Wolf en Vos ondergaan hetzelfde lot.
Wat begint als een overdreven, bijna absurd grappige reactie op frustratie, groeit uit tot een verhaal over schuld en spijt. Want hoe meer dieren Blauw Monster opslokt, hoe eenzamer hij zich voelt. Zijn woede maakt plaats voor schaamte, verdriet en schuldgevoel. Uiteindelijk kunnen de opgeslokte dieren gelukkig ongedeerd uit zijn geeuwende mond tevoorschijn komen en na kort overleg besluiten ze het monster te vergeven. Hij handelde immers uit eenzaamheid en zijn spijt is oprecht.
Horáček weet een eenvoudig, herkenbaar gegeven uit de leefwereld van jonge kinderen om te vormen tot een sterk prentenboek. De frustratie wanneer niemand met je wil spelen, het impulsief reageren en de schaamte achteraf: het zijn emoties die subtiel maar treffend worden neergezet. Het sterke contrast tussen de extreme daad – iemand opeten is niet bepaald een kleine uiting van frustratie – en de aandoenlijke schuldbewuste houding van het monster zorgt voor humor én relativering.
Met korte, krachtige zinnen en kleurrijke, expressieve illustraties brengt Horáček het verhaal tot leven. De beelden versterken de emoties zonder ze te zwaar te maken. Blauw Monster is daardoor niet alleen een grappig prentenboek, maar ook een toegankelijke aanleiding om met jonge kinderen te praten over boosheid, eenzaamheid, impulsiviteit en vergeving.