De gouden gitaar

Jodokus de veldmuis woont onder een braamstruik in een weiland. Alleen –zijn grootmoeder is opgegeten door de boze uil Braat, waarna zijn ouders gestorven zijn van verdriet. Hij koestert de gitaar van zijn grootmoeder, waarop hij wondermooi kan spelen. Om op te treden voor de burgemeester die 100 wordt, verlaat hij zijn veilige haven en stort hij zich in een groot avontuur. 

Dit is het allereerste kinderboek van Paul Biegel. Het is meer dan 60 jaar oud, en ja, dat zie je uiteraard. Aan de ouderwetse taal, met woorden als ‘biezen’, ‘peinsde’, ‘lodderig’ ... Maar ook aan het gezapige ritme waarmee dit verhaal wordt verteld. Aan het schattige en lieflijke karakter misschien ook. Maar daar is op zich allemaal niets mis mee. Integendeel, wat is het genieten van dit stilistisch sterke, en toch ook wel spannende verhaal dat zich heerlijk laat voorlezen! Ingrid en Dieter Schubert voorzagen deze oerklassieker rijkelijk van nieuwe illustraties, en het zal niemand verbazen dat hun stijl naadloos aansluit bij de vertelstijl.

Heerlijk ouderwets genieten, dus, alleen al van het feit dat de voorzichtige Jokodus zowat elke zin begint met de woorden “O,” zei de veldmuis, “ik bedoel (...)”.