In het midden van mezelf woont een elf
Geert de Kockere verwent ons met een uniek juweeltje. Elk gedicht verrast. Het eerste heeft een speelse cadans, je zou er bij willen touwtje springen. Het tweede gedicht doet ons stilstaan bij wat er kriskras in ons hoof opkomt...
Hij kan als geen ander woorden kiezen en samenbrengen tot een speels lied, of een diepe gedachte. Hij kiest en fantaseert met woorden, prachtige gedichten komen tevoorschijn: ze raken je ziel, prikkelen je fantasie en nodigen je uit om mee te deinen op dit mooie klankenspel van woorden. Alle gedichten blinken uit in eenvoud, in korte zinnen en met simpele woorden tovert hij gedichtjes, die ontroeren, spitsvondig grappig zijn of je verrast doen glimlachen.
De gedichtjes zijn ingebed tussen fascinerende illustraties. Ze zijn geniaal, hoe ze je doen wegdromen, telkens opnieuw is het genieten. Zó mooi zijn deze schilderijtjes, zo vol kleur, zo vol leven en toch zo speels.
In het midden verschijnt een hele flap die je kan openvouwen en een heel verhaal toont over vissen, eenden en ook kinderen!
Dit boekje was zoek in mijn verhuisdozen, mijn geluk kon niet op als ik het eindelijk terug kon koesteren en in een kring kinderen volop kon verkennen en inspireren. Je kan het niet voorstellen hoe geboeid, gefocust en in gedachten het groepje vertoefde.