Ik vind alles stom!

Dit boek gaat over gevoelens. In het begin is het hoofdpersonage boos en vindt hij werkelijk alles stom. Zijn vriendje gelooft daar niets van en probeert hem met humor en slimme vragen te overtuigen dat niet alles stom kan zijn. Kun je bijvoorbeeld snoepjes stom vinden? Of een mooie ballon? Terwijl het gesprek vordert, zie je langzaam een ommekeer. Niet alleen in de woorden van het hoofdpersonage, maar ook in de illustraties. De boze en verdrietige blik maakt stilaan plaats voor een glimlach en vrolijke kleuren.

De vormgeving van het boek is aantrekkelijk en verzorgd. Het grote, vierkante formaat en de opvallende felrode kaft trekken meteen de aandacht. De tekst blijft bewust beperkt, waardoor de felle, expressieve illustraties alle ruimte krijgen. Kleuters herkennen zich in emoties als boosheid, verdriet, frustratie en teleurstelling, al vinden ze het vaak lastig om die gevoelens onder woorden te brengen. Dit boek kan daarbij helpen. Het nodigt uit om samen met kinderen te praten over wat ze voelen en hoe een vriend of vriendin daarbij een verschil kan maken.

De vriendschap tussen de twee hoofdpersonages is hartverwarmend. Het boek toont hoe iemand die naar je luistert en je met een grapje weet op te vrolijken, ervoor kan zorgen dat alles er weer een beetje lichter uitziet. Zo vormt dit verhaal een mooie aanleiding om met kleuters in gesprek te gaan over emoties en vriendschap. Hoewel boeken over gevoelens talrijk zijn, weet dit verhaal zich toch te onderscheiden door de eenvoudige, herkenbare aanpak en de fijne humor.