Peter Pan
Terwijl meneer en mevrouw Schat naar een feestje bij de buren zijn, vliegt Peter Pan ervandoor met hun drie kinderen: Wendy, Jan en Michiel. Op het eiland Nooitland ontpopt Wendy zich onmiddellijk tot moeder van alle jongetjes. Ook van Peter Pan, al heeft hij dat niet door. Wie het wel doorheeft is het elfje Tinkelbel, dat alles doet om Wendy te dwarsbomen. Na allerlei avonturen en een finale strijd met kapitein Haak en zijn piraten, keren de kinderen terug naar hun ouders.
Het verhaal van Peter Pan kennen we allemaal, maar wie van ons heeft het gelezen? Wel, dat moet je echt eens doen, en deze versie is daar uitermate geschikt voor. Deze uitgave vertrekt van de originele tekst van J.M. Barrie, vertaald en licht bewerkt door Esther Ottens. Met een noot van de uitgever dat er op het moment van de eerste verschijning anders aangekeken werd tegen de rolverdeling tussen man en vrouw, en ook tegen minderheidsgroepen. Dat ze geprobeerd hebben deze nieuwe versie beter te laten passen in onze tijd, zonder het meesterlijke in Barries tekst aan te tasten. Zijn humoristische stijl is in ieder geval intact gebleven: “(...) vanaf dat moment wist Wendy dat ze groot zou moeten worden. Na je tweede weet je dit voortaan altijd. Twee is het begin van het einde.” De grenzeloze fantasie staat ook nog altijd als een huis. Het is heerlijk genieten van een hond als kindermeisje, die zich deels als hond, deels als kindermeisje gedraagt. Van een schaduw die zich losmaakt van Peter Pan. Van deuren met belletjes aan de koraalriffen waarin de zeemeerminnen wonen. En ga zo maar door.
De richtleeftijd van negen jaar die de bibliotheek aangeeft, lijkt me bijzonder laag ingeschat. Makkelijk is dit boek niet echt, door de ongebreidelde fantasie, het type humor, de rechtstreekse aanspreking van de lezer, de niet evidente woordenschat. Woorden als ‘embonpoint’ of ‘causeur’ mogen dan wel in een woordenlijst achteraan uitgelegd worden, dat is niet het geval voor ‘omineuze’ of ‘internaatssociëteit’. Daarnaast zijn er lange beschrijvingen, bijvoorbeeld van de inwoners van Nooitland, en een toch wel ouderwetse stijl: “Maar er zat geen vervoering in zijn pas, die gelijke tred hield met de wendingen in zijn zwaarmoedige geest.” Dit vraagt op zijn minst een geoefend en gretig lezer, of misschien nog eerder een nostalgische volwassene.
De rijkelijk aanwezige illustraties van Floor Rieder zijn juweeltjes. Ze zijn het resultaat van een heel bijzondere techniek: gekrast in zwarte glasplaten. Met stevige zwarte lijnen en prachtige kleuren brengen ze op een tijdloze manier Nooitland en zijn personages tot leven. Absolute schilderijtjes zijn het vaak, een feest voor het oog. Het boek eindigt met een korte biografie van alle makers. Fijn dat daarin ook de vormgever niet wordt vergeten, want haar werk maakt deze uitgave tot een juweeltje.