De bijzonder belangrijke hoed
De hagedissen Zack, Daniël en Alicia zijn vrienden door dik en dun. Samen met hun vriend Miel, een blinde buizerd, hebben ze Pelicarnassus verslagen (zie deel 1). Maar Zack krijgt steeds meer het gevoel dat zijn vrienden hem niet meer willen. Daniël trekt meer en meer met de uilen op, Alicia raakt bevriend met een vis en Miel verlaat de school om zijn angsten de baas te worden. De situatie ontploft wanneer de Dodenstraal des Doods Zacks huis vernielt.
Er zijn heel wat argumenten te bedenken waarom een groot aantal kinderen dit boek wellicht graag leest. De ultra korte, behapbare hoofdstukjes bijvoorbeeld, soms niet meer dan een bladzijde, of zelfs een halve, gezien er ook nog een illustratie op staat. De woordgrapjes, die straf vertaald lijken: vissen met eigen scholen, woordgrapjes te erg voor woorden. De kolder in het algemeen, met absurde uitschieters als Frankrijk dat op Zack zijn knie zit en commentaar levert bij de gebeurtenissen of hem ‘s nachts wakker houdt met vuurwerk wanneer het land iets te vieren heeft. De buitenissige dieren, die uiteraard alles weg hebben van mensen wat hun gedrag betreft. De grappige illustraties die kwistig over de bladzijden uitgestrooid zijn. De ernstige en mogelijk herkenbare thema's die onder alle grappen en grollen zitten: vriendschap, pesten, eenzaamheid, ziekte, armoede. Mij is het verhaal te uitgesponnen, te langdradig, met te veel herhaling en lange dialogen. Termen als de Dodenstraal des Doods kunnen mij niet bekoren. En de moraliserende uitspraken rond eigen keuzes maken in het leven of verantwoordelijkheid opnemen voor je daden liggen er voor mij te dik op.