pluizer_verborgenbos.jpg
8+

Het verborgen bos

De ontdekkingsreiziger Hendrik Frutselpluffer is ongelukkig omdat hij in zijn 20-jarige loopbaan nog steeds niets ontdekt heeft. Hij gaat op vakantie bij zijn broer Pieter, waar hij op een nacht door een sprekende vleermuis en kip gewekt wordt. De volgende nacht komt Zoem de mug haar verhaal doen. Ze is weggevlogen uit een bos waar alle dieren konden praten, waar niemand honger en dorst had. Ze wil dolgraag terug naar het bos en vraagt hulp aan Hendrik. Ook een verwijfde, met Franse tongval sprekende haan gaat mee op zoek naar het verloren bos. Hendrik wil al zo lang iets ontdekken dat hij het bonte dierengezelschap meeneemt. Na lang zoeken vinden ze op een nacht de ingang naar het bos en na een vermoeiende zoektocht bereiken ze de open plek in het bos. Daar wordt elke nacht een groot vuur ontstoken om de heks Wratina op afstand te houden. Hendrik vraagt aan de wijze dieren of hij met de oude wijze witte wolf Rampulla mag spreken. Zijn verzoek wordt ingewilligd … Het was waarschijnlijk de bedoeling om een dolkomisch avonturenverhaal te schrijven, met sprekende dieren. Maar het verhaal loopt niet lekker, hangt met haken en ogen aan elkaar. De dieren, met elk een zeer uitgesproken karakter, kibbelen voortdurend. Ze slingeren elkaar verwijten naar het hoofd die waarschijnlijk grappig bedoeld zijn maar helaas alle effect missen, althans op mij als lezer. Witteke is een opvliegende kip, Daisy - of Daavied - is een verwijfde haan die met een irritante Franse tongval praat (waarschijnlijk ook humoristisch bedoeld), Vladdie de vleermuis en Zoem de mug zijn nog het meest normaal, al kunnen zij ook wat afruziën en dreigt Vladdie constant dat hij Zoem zal opeten. De schrijver gebruikt vaak lange zinnen die totaal irrelevante informatie bevatten, zoals bv. op blz. 23: “Supernieuwsgierig als ik was nam ik de rest van de koffie in één grote teug in mijn mond en slikte die door. Mijn ogen waren echter groter geweest dan mijn mond en enkele druppels koffie kwamen langs mijn mondhoeken naar buiten. Één ervan viel op mijn pyjamabroek.” Wanneer het gezelschap door het bos doolt en begint te mijmeren over hoe schoon en lief en vredevol het daar wel is, waar niemand honger heeft, waar geen oorlog en ruzie is begint het moraliserende geleuter de lezer wel sterk de keel uit te hangen. Trouwens, Hendrik en de dieren hebben geen honger meer als ze in het verborgen bos zijn, maar het gekibbel blijft wel verder duren. Vreemd … Zo zitten er nog tal van tegenstrijdigheden in het boek, zoals bv. op blz. 130: “Er werd iets in het drinkwater van de dieren gedaan zodat ze konden spreken”, maar in het bos heeft niemand honger en dorst, dus waarom zouden ze drinken? En op blz. 56 beschrijft Zoem dat hij werd geboren in een waterput naast een huisje in een bos waar nog nooit een mens is geweest. Wie bouwde dan dat huis? Zo blijft de lezer nog met tal van vragen zitten als hij het boek uiteindelijk heeft dichtgeslagen. Een erg bizar einde ook, wanneer de wijze wolf de ware toedracht onthult aan Hendrik. Plots blijkt dat de wijze dieren de andere dieren met angst onderdrukken om hen zo een onbezorgd leven te schenken in het bos. Wat is dat nu voor een boodschap? En Hendrik krijgt als taak mee een boek te schrijven over het verborgen bos om de mensen er op te wijzen dat ze goed voor de aarde en de dieren moeten zorgen. Door hen met angst te onderdrukken, misschien?

Dit boek uitlenen

Find this book in your library

Details

Illustrator
Thema
Uitgave jaar
Type
Aantal pagina's
134
ISBN
90-5341-781-8
Bindwijze
gebonden