Lucy en Donker
Op een nacht maakt Lucy kennis met Donker, die eerst onder haar bed zit, maar de hele kamer vult wanneer ze het licht uitdoet. Donker neemt Lucy op sleeptouw door de nacht. Langs het zandpad door het bos tot aan de zee, en weer terug.Tot de zon opkomt.
Dit is wel een heel bijzonder boek. Vooreerst door de figuur van Donker, die het krap heeft wanneer het licht brandt maar alle ruimte heeft in het donker. En hoewel die verpersoonlijking van het donker bizar kan lijken, klopt alles wel. Dat je het licht moet uitdoen om Donker te zien, dat je hem kan wegjagen door het licht aan te doen, dat je moet wennen aan Donker om de dingen rond je te zien. Daarnaast is het boek bijzonder door de zwart en blauwe illustraties, met hooguit een streepje geel of oranje hier en daar. Vegen op het eerste gezicht, maar wie goed kijkt, en op zijn beurt went aan het donker, onderscheidt heel wat details, zoals de nachtdieren in het bos. Wat een sfeer zet Karst-Janneke Rogaar neer met haar houtskoolvegen! Zo verschillend van de meeste prentenboeken in pastels of juist felle kleuren. De schijnbare afwezigheid van licht zorgt voor een bevreemdende sfeer, waarin vormen vervagen en zintuigen worden aangescherpt. De hemel lijkt enorm, het zandpad betoverd, de golven rollen sissend het strand op, de geuren en geluiden in het bos zijn krachtiger dan in het daglicht. Bij wijze van uitsmijter tonen de schutbladen de dag die aan deze bijzondere nacht voorafgaat, net als degene die er op volgt. Een detail reflecteert Lucy’s veranderde houding tegenover het donker.
Een uiterst originele manier om kinderen te leren omgaan met het donker in plaats van er bang voor te zijn.