Vlinders vangen
Het is zomer. Twee zusjes liggen op hun rug in het gras en stellen elkaar de meest moeilijke vragen. Hoe hoog is de hemel? Waar is de wind als er geen wind is? Kan een schildpad achteruit lopen? Vragen die niet noodzakelijk om een antwoord vragen, maar vooral uitnodigen om verder te denken.
Wanneer de zusjes zich afvragen of een eendagsvlinder werkelijk maar één dag leeft, krijgt hun verwondering een andere wending. Het blijkt een vraag die moeilijker is dan de vorige en die uitnodigt tot nader onderzoek. Eerst staan ze stil bij de filosofische betekenis ervan: wat zou het betekenen als je zelf maar één dag te leven had? Vervolgens krijgt hun onderzoek een heel concrete, bijna wetenschappelijke vorm. Ze besluiten een vlinder te vangen om zelf na te gaan wat er werkelijk gebeurt.
Michael De Cock schrijft sober en trefzeker. In zorgvuldig gekozen zinnen weet hij grote vragen op een vanzelfsprekende manier bij de lezer neer te leggen. Ook de oma van de meisjes speelt daarin een belangrijke rol. Wanneer haar gevraagd wordt wat ze zou doen als ze nog maar één dag te leven had, antwoordt ze: ‘Oei, wat een vraag. Ik moet er niet aan denken.’ Maar het was al te laat. Ze dacht er toch aan. ‘Zodra je aan iets denkt, kan je het niet meer wegdenken.’ Haar reactie zet niet alleen haarzelf, maar ook de lezer aan het denken. Vervolgens zet oma de twee zusjes opnieuw aan het denken wanneer ze hen betrapt met de vlinders die ze voor hun experiment hebben gevangen. Haar eenvoudige vraag – ‘Als jij een vlinder was, zou je dan opgesloten willen zitten in een donkere kast?’ – maakt duidelijk dat filosoferen niet alleen gaat over grote gedachten, maar ook over de keuzes die daaruit voortvloeien.
Bijzonder is dat een van de zusjes Arevik heet, terwijl het andere meisje simpelweg Ik wordt genoemd. Zo krijgt de lezer vanzelf een plaats in het verhaal.
Arevik is bovendien de naam van de illustratrice. Haar kleurrijke illustraties versterken de zomerse sfeer en sluiten mooi aan bij het onbevangen en nieuwsgierige denken van de twee meisjes. Beeld en tekst vullen elkaar vanzelfsprekend aan.
Dit is een klein, filosofisch kinderboek over grote vragen, dat volwassenen minstens zoveel stof tot nadenken geeft als kinderen. Vooral geschikt om samen te lezen en daarna vooral niet meteen alle vragen te willen beantwoorden.