Wonder
Twee kinderen, een jongen en een meisje gaan een gesprek aan met de Grote Kunstenaar. Ze vragen zich af of de kunstenaar de mens heeft bedacht en stellen hem zelf de vraag. Ze vinden de manier waarop ze eruit zien saai. Altijd neus in het midden, twee ogen en een mond eronder. De kinderen vinden dat ze het zelf beter zouden kunnen en gaan experimenteren. Ze worden aangemoedigd door de Grote Kunstenaar. Ze verplaatsen ogen, mond en neus. Schilderen meerdere ogen, monden, neuzen, verschuiven gezichten en gebruiken andere vormen. Ze veranderen de kleur van de huid. Ze tekenen extra strepen en lijnen. Ze gebruiken meer kleur, meer fantasie, meer durf. Hoe gekker, hoe beter. Het voelt fantastisch. Tot het plots te eng wordt ...
In dit boek worden kinderen aangespoord om creatief te zijn. Ze lappen alle regels aan hun laars en gebruiken hun fantasie. Dit geeft prachtige resultaten. Zonder echt te verwijzen naar namen van grote kunstenaars, duiken er allerlei stijlen op in hun werk. Het boek is daardoor een ode aan artistieke vrijheid. De kinderen laten hun verbeelding werken. Ze durven experimenteren en maken hun eigen schilderij. Zelfs wanneer het uit de hand loopt, blijft de kunstenaar hen aanmoedigen.
De illustraties zijn speels, verrassend en soms wat absurd maar de vervormingen blijven binnen de perken. Het grote formaat van het boek is handig. Tegelijk komen de kunstwerken met dit formaat beter tot hun recht. Het resultaat is een inspirerend en creatief prentenboek dat uitnodigt tot kijken, denken en vooral: zelf proberen.