De schaduw van de Raaf
Joris en Max vermoeden dat het de saaiste zomer ooit wordt. Dan verschijnt oom Charles op het toneel mét een doos boordevol mysterieuze spullen. Zijn missie is duidelijk: een koffer vinden die vooral niet in handen mag vallen van ‘De Raaf’, een schurk zonder geweten. De voorwerpen in de doos zullen een rol spelen bij het oplossen van het mysterie.
Aan het einde van het eerste hoofdstuk ontvouwt zich meteen de tweede laag van het boek. De lezer komt wat meer te weten over de bedenker van het verhaal. Hij schrijft het boek voor zijn zoon die houdt van spannende verhalen en alle boeken van de bib al gelezen heeft. Zijn zoon leest de hoofdstukken na, stelt kritisch vragen en strooit kwistig met feedback. Stillaan raakt hij steeds meer in de ban van het verhaal. Op die manier wordt de lezer volledig ondergedompeld in het schrijfproces. De auteur laat allerlei begrippen uit de vertelkunst aan bod komen en past die toe op zijn verhaal. Zo verklapt hij dat de koffer een MacGuffin is, een verhaalelement bedacht door Hitchcock dat de plot in gang zet en onthult hij dat ‘De Raaf’ verwijst naar een gedicht van de legendarische schrijver Edgar Allan Poe.
Daarnaast gaat de auteur ook in gesprek met Max, een personage uit het verhaal. Hij stuurt hem berichtjes en levert kritisch commentaar: "En kun je ons alstublieft niet de hele tijd laten rennen? Joris en ik hebben echt geen conditie." Het is leuk om op een speelse manier inzicht te krijgen in hoe een verhaal tot stand komt en meer te weten te komen over de schrijver. Hoewel dat metaniveau een interessante meerwaarde vormt, kan het – zeker in het begin – voor sommige lezers verwarrend zijn. Het wisselende perspectief wordt namelijk niet visueel gemarkeerd, waardoor het niet altijd meteen duidelijk is wanneer het verhaal van niveau verandert.
Ondanks dat het boek draait om het oplossen van een mysterie, vond ik de spanning soms ver te zoeken. De acties volgen elkaar in een hoog tempo op, maar de vele ongeloofwaardige elementen halen je soms een beetje uit het verhaal waardoor het geheel wat gekunsteld aanvoelt. Ook daar maakt het metaniveau veel goed. Wanneer de schurken op een cruciaal moment plots worden bedolven onder een lawine van opblaasflamingo’s die uit het niets verschijnen, legt de schrijver achteraf uit aan zijn zoon dat er sprake is van een ‘deus ex flamingo’. Die zelfbewuste knipoog naar het klassieke deus ex machina-principe relativeert de onwaarschijnlijke plotwending en zorgt voor een humoristische toets.
Het einde van het boek is wat mij betreft weinig bevredigend. Er vindt geen echte ontknoping plaats zoals je dat verwacht bij zo'n soort boek, waardoor je wat op je honger blijft zitten. Anderzijds kan dat voor sommige lezers ook een uitnodiging zijn om zelf verder te fantaseren of uit te kijken naar een eventueel vervolg. Want zoals we kunnen lezen in de epiloog, eindigen verhalen met oom Charles niet, maar wachten ze gewoon tot iemand opnieuw durft te beginnen.