Selkie
Sil verhuist met haar moeder en oma van de stad naar een Waddeneiland. Haar vader is verdwenen op zee. Haar moeder heeft er de handen vol aan het opzetten van een windmolenpark. Gelukkig is er haar avontuurlijke en begripvolle oma die Sil vertelt over selkies: zeehonden die in mensen kunnen veranderen. Het verandert Sils kijk op de zeehonden, die ze uit alle macht gaat beschermen.
De selkie vindt zijn oorsprong in o.a. de Ierse mythologie: een zeehond die – aangetrokken door tranen – op land zijn huid kan afwerpen en een menselijke gedaante aanneemt. Wanneer iemand de huid verbergt, blijft de zeehond mens; wanneer hij zijn huid terugvindt, verdwijnt hij als zeehond opnieuw in zee om nooit meer terug te keren. Met hele kleine stapjes leidt de auteur je in deze wereld, die dan uiteindelijk ook geloofwaardig aanvoelt. Voortdurend krijg je kleine hints, bijvoorbeeld dat Sil voortdurend struikelt over haar voeten, en ze het altijd te warm heeft, wat je voorbereidt op de vreemde wezens. Sils reddingsactie moet het verhaal vaart geven, maar toch blijft dit een boek voor geoefende lezers, die niet struikelen over de traagheid, de herhalingen, de vele vragen zonder antwoord. En over zinnen als “Voor wie wil luisteren zijn de antwoorden altijd te horen.” Enkele zwart-wit illustraties in vage lijnen onderstrepen het mysterieuze karakter.