We slapen in een tent!
Twee kinderen mogen in de tent in de tuin gaan slapen. Ze vinden het één groot avontuur en fantaseren over wie ze allemaal zijn, gaande van archeologen tot ruimtereizigers, van holbewoners naar onderzeeërs. De stem van papa die elke keer aanmaant om stil te zijn, verdwijnt snel naar de achtergrond.
Acht verschillende tenten, acht verschillende werelden waarin alles kan. Een subliem uitgedacht systeem van twee flappen waar je elke bladzijde opnieuw je tent kan opzetten en via een raam mee het avontuur kan beleven waar de kinderen zich naartoe fantaseren. De illustraties zijn heerlijk, de buitenkant van de tent geeft al een hint van de uitgewerkte wereld binnenin. Naast de specifieke kenmerken van de wereld op zich, is het fijn om telkens dezelfde dingen terug te vinden: het hondje, het knuffelkonijn, hun computerspelletje, robot ... Het niveau van de kartonnen boekjes wordt daarmee enorm overstegen. Op de achterkant van het boek wordt de tip gegeven om het boek door te geven wanneer je er genoeg mee gespeeld hebt. Ik vrees echter dat het niet snel gaat gebeuren aangezien het zo nieuw, zo leuk, zo fantasierijk is dat je het telkens opnieuw wil vastnemen. En dat kan, want de flapjes zijn zo ontworpen dat ze ook door kleine handen gemakkelijk in elkaar te zetten zijn.
De tekst is summier, maar zo goed gekozen dat het zeer uitnodigend werkt om voor te lezen, vooral wegens de vader die steeds meer aandringt om te gaan slapen, maar er niet echt in slaagt, herkenbaar of niet?