Leo Timmers

Je tekeningen zijn zeer verhalend. Kom je eerst met de tekeningen en ga je dan verder? Of begin je met een verhaal?
Ja, het beeld komt altijd eerst. Bij Garage Gust stond plots een garage met een varken op papier. Maar dan komt de tweede stap: het beeld moet leiden tot een sterk verhaalidee. Het moet in staat zijn een boeiend verhaal te dragen. Zo heb ik heel wat half afgewerkte schetsboekjes met interessante beelden, maar waar ik (nog) geen sterk verhaal voor heb.

Vorig jaar won ‘Een huis voor Harry’ de prijs ‘Prentenboek van het jaar’. Is er een prijs waar je nog van droomt? (En dat hoeft niet met tekenen en schrijven te maken hebben.)
Hm… de prijs voor beste papa misschien? 

Je boeken zijn populair bij kinderen, maar ook bij ouders. Eén van onze recensenten is bij het voorlezen steeds betoverd door de ‘woordspelingen’ in je tekeningen: de octopus rijdt met de octobus, de neushoorn blaast op de brandweerhoorn, … Doe je dit met opzet? En voor wie doe je dit dan: de kinderen, de ouders, beiden?
Ik houd van het speelse, associatieve combineren van beelden en ideeën. Ik probeer met verrassende maar toch logische oplossingen op de proppen te komen. Dan kunnen gewone slangen brandweerslangen worden, of ziet een zijspan er als een banaan uit. Ik heb graag dat in een tekening of een verhaal alles klopt en een betekenis heeft. Ik kies zorgvuldig woorden en beelden, en vooral de combinatie tussen de twee is belangrijk. En natuurlijk hoop ik dat de lezer, groot of klein, daar plezier aan beleeft. Maar niet elk boek vraagt om zo’n aanpak. In een huis voor Harry bijvoorbeeld zal je dat soort speelse vondsten veel minder zien. De sfeer in het boek vroeg om een andere benadering.

Wat doet het met je wanneer je je tekeningen op het kleine scherm tot leven ziet komen? Is dit iets wat je altijd al actief nastreefde? Of zijn dit dingen die eerder toevallig op je pad kwamen? En zijn er nog crossmediale projecten waar je aan werkt of aan zou willen werken?
Nee, ik ben er nooit actief naar op zoek geweest. Prentenboeken maken is mijn passie, maar ik word steeds afgeleid door allerhande projecten die op mijn pad komen! Bij TV-animatie moet je samenwerken met scenarioschrijvers, storyboarders, modellers, regisseurs etc… heel boeiend maar ook complex, vooral voor iemand die graag controle heeft. Het 2de seizoen van Ziggy en de Zootram is bijna klaar en dat heb ik deze keer meegeschreven en meegeregisseerd. Daarnaast ontwikkel ik ook een film gebasseerd op Meneer René met een Noord-Ierse producent. Dit keer geen digitale animatie maar stop-motion. Momenteel wordt de René pop afgewerkt en daar kijk ik erg naar uit!

Heb je bewust gekozen om voor kinderen te schrijven of tekenen of is dat eerder toevallig zo gekomen?: 
Helemaal toevallig! Pas toen ik zelf begon te schrijven en ik het prentenboek als een persoonlijk expressievorm ontdekte, heb ik bewust gekozen om me er helemaal op toe te leggen.
Bekijk je je eigen werk vaak en kun je daar van genieten of zie je alleen wat beter kan?: 
Genieten is moeilijk, maar als ik terugkijk op mijn werk van de afgelopen 20 jaar voel ik de laatste tijd toch een zekere tevredenheid. Bijna al mijn eigen prentenboeken zijn nog in druk, en het ‘oeuvre’ voelt tegelijk homogeen en toch heel divers. Ik ben trouw gebleven aan mezelf maar heb er alles aan gedaan om me te verbeteren. Meer kan ik niet doen.
Wat is voor jou het mooiste compliment dat je kunt krijgen over je werk?: 
Ik krijg vaak mails van ouders die me bedanken voor de mooie momenten die ze samen met hun kinderen beleefden bij het voorlezen van mijn boeken. Ik vind dat heel ontroerend.
Wat is je volgende project?: 
Ik twijfel nog tussen 2 ideeën. Hoewel…
Wat wil je in de toekomst zeker nog doen of maken?: 
Alsmaar betere boeken maken.
Heb je bepaalde rituelen voor je start met werken?: 
Koffie!
Ben je iemand van vele stappen en kladversies of balt je concentratie zich samen tot alles er in één keer uit komt?: 
Het idee komt meestal heel plots en onverwachts. Dat schets ik dan bliksemsnel in een klein boekje. Het grote werk komt daarna. Het ontwerpen van de personages, het schetsen van het verhaal en het uitwerken van de tekeningen duurt bijna een jaar. Tekenen is vooral hertekenen. En ook: veel schrappen! Wat niet getekend wordt is minstens zo belangrijk dan wat er uiteindelijk op papier komt.
Niets lukt wat je ook probeert...wat doe je met zo’n verloren dag?: 
Het is nooit een verloren dag, ook al lijkt het soms zo. Nu weet ik dat die dagen heel belangrijk zijn. Het betekent immers dat je iets nieuws probeert. Mislukken is absoluut noodzakelijk om vooruitgang te maken en nieuwe stappen te zetten. De volgende dag doorgaan en erop vertrouwen dat een oplossing zich zal aandienen, vaak een die je zelf niet verwachtte.
Laat je je voor het creëren inspireren door andere bronnen (muziek, boeken, internet, kunst, tijdschriften..): 
Ja, dat gebeurt. Een nummer van Grandaddy, Jed the Humanoïd was de inspiratie voor Franky, maar ook films als ET en Close Encounters. Magritte was een inspiratie voor Meneer René. En voor Een huis voor Harry was mijn eigen kat dan weer de inspiratie.
Welk boek uit je kindertijd heeft het meeste indruk gemaakt?: 
De grasmobiel van Jommeke.
Welk boek las je onlangs?: 
Mijn jaar van rust en kalmte van Ottessa Moshfegh. Prachtig.
Wie zijn je favoriete tekenaars en/of schrijvers: 
Het zijn vaker prentenboekenmakers die sober, eenvoudig en suggestief werk maken. Geef mij maar de kracht van Bruna, Velthuijs, Lionni, maar ook Klassen en Haughton. De laatste tijd ben ik gefascineerd door het werk van Jon Agee.